Actueel

21.11.2017

5x aandacht voor pensioen

Met ingang van 1 januari 2018 wordt de pensioenrichtleeftijd verhoogd van 67 naar 68 jaar.

Willis Towers Watson zet vijf belangrijke zaken op een rij die niet vergeten moeten worden bij de invoer van deze verandering van de pensioenregels per 2018.

1. 68-plussers
Het is goed om u te realiseren dat dit zeker niet betekent dat medewerkers straks ook allemaal op hun 68ste verjaardag met pensioen gaan. Het overgrote deel van de huidige werkenden zal op die verjaardag nog volop aan het werk zijn. Voor hen geldt namelijk dat de verwachte AOW-leeftijd ver boven de 68 jaar ligt. Dit is al zo voor iedereen die na 1960 geboren is.

Als u de komende maanden de pensioenleeftijd in uw pensioenregeling aanpast, is het verstandig direct verder te kijken dan die leeftijd van 68 jaar. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met een medewerker die volgend jaar arbeidsongeschikt raakt? Loopt de premievrije voortzetting van de pensioenopbouw dan door tot aan zijn of haar uiteindelijke AOW-leeftijd? En hoe zit het met de duurzame inzetbaarheid? Is het HR-beleid hier al op ingericht?

2. Netto meer gedoe?
Werkgevers die een netto pensioenregeling aanbieden boven de aftoppingsgrens van een ton hebben enkele jaren geleden vaak gekozen voor een hierbij aansluitende, normale beschikbare premieregeling tot die aftoppingsgrens. Door verschillen in de fiscale spelregels voor beide regelingen kunnen de benodigde aanpassingen als gevolg van de verhoging van de pensioenrichtleeftijd ook van elkaar afwijken.

De normale beschikbare premieregeling kan mogelijk in tact blijven, omdat via zogenoemde kostprijsstaffels fiscale ruimte kan worden gevonden. Voor de netto pensioenregeling ligt dit net anders. Daar is toepassing van kostprijsstaffels niet toegestaan en ontbreekt dus die eventuele extra fiscale ruimte. Het gevolg kan dus zomaar zijn dat de reguliere beschikbare premieregeling ongewijzigd kan worden voortgezet, terwijl de netto pensioenregeling aangepast moet worden.

3. Instemming
Hoewel de aankomende wijziging voortvloeit uit een aanpassing van wetgeving, is instemming van medewerkers vereist. Een fiscale wijziging, waar hier sprake van is, wordt namelijk niet als dwingend gezien en van voldoende zwaarwegend belang om een eenzijdige wijziging van de pensioentoezegging te rechtvaardigen. Zowel de ondernemingsraad als de individuele medewerker spelen bij die instemming een rol.

Er zijn verschillende manieren om hiermee om te gaan. Namelijk: de medewerkers alleen informeren, de medewerkers informeren met een negatieve optie of expliciet instemming vragen. De juridische risico’s worden kleiner naarmate explicieter instemming wordt gevraagd. Belangrijk is om op te merken dat een akkoord van de ondernemingsraad de individuele medewerkers niet automatisch bindt.

4. Datum prikken
De wijzigingen gelden alleen voor de toekomstige opbouw. De uiteindelijke pensioenleeftijd wordt een soort gewogen gemiddelde van de opgebouwde aanspraken bij de verschillende pensioenleeftijden.

Meer dan ooit wordt de werkelijke datum waarop een medewerker met pensioen gaat afhankelijk van de persoonlijke situatie. Denk hierbij aan de al opgebouwde aanspraken, de persoonlijke AOW-leeftijd, de hoeveelheid pensioen waaraan hij of zij behoefte heeft (hoe belangrijk is de AOW in het totale inkomen, zijn er andere inkomstenbronnen), maar ook fysieke gesteldheid. Iedereen heeft dus zijn eigen verwachte pensioenrichtleeftijd en financiële planning wordt steeds belangrijker.

5. Kostenbesparing?
De afgelopen jaren zijn de kosten van pensioen sterk gestegen, vaak ten laste van de werkgever. Naast de lage rente is de toegenomen levensverwachting de belangrijkste oorzaak van de gestegen pensioenkosten geweest. Ook de verhoging van de pensioenrichtleeftijd naar 68 jaar vloeit voort uit die verbeterde levensverwachting.

Waar de kostenstijging in de premie de afgelopen jaren geleidelijk ging – doordat er in de veronderstellingen al rekening werd gehouden met een langleventrend – komt de kostenbesparing door de overgang naar 68 jaar ineens. Het is goed om te beseffen dat dit twee kanten van dezelfde medaille zijn.

Overigens betekent een overgang naar pensioenleeftijd 68 jaar weliswaar een kostenbesparing in de premies voor de pensioenopbouw, maar de risicodekkingen worden wel duurder. De gecombineerde besparing in de kosten is daardoor wellicht lager dan vooraf gedacht.

Contact informatie
Actueel | :
23.06.2018

Tip van de dag

Wist je dat… 15% van de productiviteit in de handel samenhangt met de gezondheid van de medewerkers?
21.06.2018

Let op: volgende week aanvraagperiode ESF

Wij attendeerden u al eerder: het aanvraagtijdvak zal zijn vanaf as maandag 25 juni 2018, 09:00 uur, t/m vrijdag 29 juni 2018, 17:00 uur.

21.06.2018

Eieren in de bedrijfskantine?

Het Voedingscentrum geeft het advies is om 2 tot 3 eieren per week te eten.